Branko Hagen is initiatiefnemer van het project ‘meer werkkansen voor zwerfjongeren met een beperking’, dat in 2007/8 in de regio Utrecht is uitgevoerd. Het doel van dit project was meer inzicht krijgen in de groep zwerfjongeren met een beperking en hun werkkansen. Vervolgens is in de praktijk uitgeprobeerd of samenwerking tussen opvanginstellingen, gemeenten en UWV bijdraagt aan een beter arbeidsperspectief van deze groep. Marinka Traas ging in gesprek met hem over zijn leerervaringen en de aangrijpingspunten voor verbetering.
> De zwerfjongeren in beeld
Nederland heeft ongeveer 6000 zwerfjongeren. Deze jongeren pendelen meestal van adres naar adres of ze verblijven in een opvanginstelling. Branko: “Uit onderzoek en gesprekken met de opvangsector blijkt dat 80% ernstige gezondheidsproblemen heeft. Dit is vooral psychiatrische en LVG-problematiek of een combinatie daarvan. Op basis van deze inzichten is het aannemelijk dat minimaal de helft van alle zwerfjongeren te maken heeft met structurele functionele beperkingen. UWV heeft deze doelgroep echter beperkt in beeld. De jongeren maken nauwelijks gebruik van voorzieningen, zoals ondersteuning bij arbeidstoeleiding en jobcoaching. Daardoor missen ze kansen. Volgens de medewerkers in de opvang kan 50 tot 75% van deze jongeren wel werken.” De jongeren hebben allemaal een eigen verhaal en een complexe geschiedenis. Ze zijn sociaal en emotioneel beschadigd en hebben weinig vertrouwen in andere mensen. 62% Van de groep heeft in een eerder stadium contacten met de jeugdzorg gehad, 50 % maakt gebruik van de algemene geestelijke gezondheidszorg of heeft dat gedaan. Verder hebben ze veel contacten met de verslavingszorg en justitie.
> Veel verschillende potjes voor financiering
Het draaien aan geldkranen levert deze groep jongeren vooralsnog geen perspectief op ondersteuning en coaching. “Zwerfjongeren tot 18 jaar, zijn aangewezen op de jeugdzorg. Na hun 18de zijn ze voor hulp afhankelijk van voorzieningen via de WMO of de AWBZ. De opvanginstellingen zijn, aangemoedigd door beleid van voorgaande kabinetten, ingericht op AWBZ middelen voor financiering. Doordat de AWBZ grondslag ‘psycho-sociaal’ inmiddels is vervallen moet men andere mogelijkheden zoeken. Dak- en thuisloze jongeren worden nu alsnog onder een andere diagnose geplaatst. Ook zoeken instellingen financieringsmogelijkheden bij de gemeente. De WMO, de WWB, het participatiefonds en de Wajong hebben daarnaast geld beschikbaar voor het vervolg op opvang. Voor zwerfjongeren en opvanginstellingen is dit ondoorzichtig.”
> De weg naar een toekomst is kwijt geraakt
Het aanbod vormt, vanuit de jongere gezien, geen geheel. Er vallen gaten en jongeren met complexe problemen raken de weg kwijt. “Ze hebben te maken met zeer veel lastige transities zoals: in en uit de gevangenis, van school naar school, van school naar GGZ en van jeugdzorg naar volwassenen opvang. De jeugdzorg stopt met haar werk als jongeren 18 zijn en verwijst door naar het jongerenloket van de Gemeente. Dit loket heeft deze jongeren weinig te bieden. In Utrecht is het contact van SZW met de opvangsector juist goed geregeld, maar hier dreigt de specifieke aanpak het te verliezen van de wens om tot werkpleinen te komen.”
“Er is een groeiende groep jonge mensen waarbij direct aan het werk niet zomaar haalbaar is. Zij hebben baat bij een samenhangend aanbod van zinnige activiteiten in combinatie met persoonlijke ontwikkeling. Zo wordt maatschappelijke participatie voor hen weer bereikbaar. Het gaat om gerichte duurzame investeringen in iedere individuele jongere. De jeugdzorg en de maatschappelijke opvang voor volwassenen kunnen dit onvoldoende bieden.”
> Dienstverleners verbinden over sectoren heen
Hier komt UWV en de sociale zekerheid in beeld. Er is afstemming nodig op uitvoerend niveau, dwars door domeinen heen. Branko: ,,We moeten stroompjes maken waardoor mensen soepeler over de grenzen van wetgeving heen kunnen stromen. Dit kan alleen maar als organisaties elkaar kennen, begrijpen en vertrouwen. In het project in Utrecht bleek dat de opvangorganisaties en UWV niet van elkaars werk en deskundigheid op de hoogte waren. We hebben ze, samen met SZW van de gemeente, om de tafel gebracht en gestimuleerd om casuïstiek te bespreken en op dossierniveau samen te werken.”
> Een aanpak met resultaat
Het blijkt dat ontschotting op gang komt als er één plan is waar alle partijen achter staan. Als de jongere en de dienstverleners weten wat er moet gebeuren in welke volgorde en samenhang. De aanloopfase naar samenwerking heeft van alle betrokkenen een behoorlijke investering gevraagd. De meesten zijn zeer tevreden met de resultaten: ,,Men kent elkaar en vindt elkaar. UWV heeft bij alle instellingen in de regio telefoonnummers en namen en ook andersom. Dit leidt tot een veel betere informatieoverdracht. De opvanginstellingen hebben een veel duidelijker beeld van wat UWV kan en doet. Men dacht dat UWV vooral op de uitkering gericht was, terwijl de arbeidsdeskundige juist een meerwaarde kan leveren in het traject van de jongere.”
“Tussen de gemeente Utrecht en UWV is op klantniveau afstemming over uitkeringsaanvragen en de afhandeling ervan, waardoor de toekenning sneller verloopt. Jongeren die recht hebben op een Wajong uitkering, krijgen die ook. Tenslotte, niet onbelangrijk, heeft de aanpak heeft ook effect voor de jongeren zelf. Het eerste jaar zijn negen zwerfjongeren een traject naar werk gestart. Twee gingen er in de projectperiode betaald aan het werk.”
> Leren van elkaar en dit omzetten in betere diensten
Overleg over het traject van de jongere maakt de kwaliteit van de keuzes beter. Er ontstaat een gezamenlijk gedeeld beeld. Doel is één plan van aanpak, waarin alle interventies logisch samenhangen. Samen kijken is nodig, omdat je het alleen vaak niet weet. “De zorg wil vaak eerst de acute problemen oplossen en dan kijken naar participatie. Vanuit de gedachte dat jongeren anders geen rust hebben om aan persoonlijke ontwikkeling te werken. School, werk en de ondersteuning hierbij, zijn geen actief en integraal onderdeel van het trajectplan. UWV is sterk gericht op werk. Zij is onbekend met werkgerichte voorschakel trajecten. Die kunnnen een eerste stap zijn om de draad naar werk op te pakken. De trajecten kunnen hierdoor langer duren dan UWV gewend is. In het project bleek dat UWV wel wil investeren als ze dit kan verantwoorden. Hiervoor onderbouwing nodig van de samenhang tussen participatiedoelen en het activiteitenaanbod, van de hulpverlening en de relatie met begeleiding in de thuissituatie.”
> Er is ervaring met de begeleiding van de doelgroep naar werk
Het is opvallend dat de jobcoaches in dit project geen nieuwe problemen zijn tegen gekomen in hun begeleiding aan de jongeren. De begeleidingsbehoefte komt, volgens hen, overeen met jongeren uit detentie of de jeugd GGZ. Hun zelfvertrouwen en het vertrouwen in anderen is mogelijk nog minder aanwezig. Een aantal begeleid werken organisaties heeft reeds ervaring met begeleiding van jongeren met vergelijkbare problematiek. Het veranderen van labels lost de problemen niet op: Van schoolverlater, naar uitvaller, naar zwerfjongere en nu naar wajongere. Duurzame individuele coaching op maat blijft voor deze groep noodzakelijk om participatie in de samenleving te optimaliseren.
> De toekomst is preventief samenwerken
Als de samenwerking op klantniveau eerder begint kunnen we jongeren beter richting economische zelfstandigheid begeleiden. “Voordat een jongere gaat zwerven is er al heel veel gebeurd. Na hun 18de vervalt de leerplicht en nemen mogelijkheden op sturing af. De persoonlijke schade wordt steeds groter. Een deel van de jongeren valt later uit de netwerken waar UWV wel in participeert. UWV heeft er dus belang bij om eerder te investeren.”
“Als er al samenwerking is vanuit de zorg met wonen en werk, is de kwaliteit van de werkondersteuning meestal niet optimaal. In projecten met woningbouwcorporaties is bijvoorbeeld wel werk, maar geen loopbaanbegeleiding. Ook de medewerker van de corporatie heeft begeleidingsvragen die hij niet beantwoord krijgt. Met de toevoeging van re-integratiekundigheid kunnen je echt meer perspectief bieden aan zwerfjongeren.”
> Hoe gaan we van eiland naar wijland?
Het is dus nodig om eerder én beter samen te werken op regionaal niveau. Dit kunnen we stimuleren door:
Zorg, werk en onderwijs integraal benaderen: Terwijl de gestapelde problemen van zwerfjongeren in een logische volgorde worden aangepakt, kan de beroepsoriëntatie al beginnen. Met een vroegtijdig participatie aanbod bouw je ook aan de vertrouwensrelatie met de toekomstige jobcoach.
UWV laten faciliteren: ‘Doe maar een aanvraag’, helpt niet. Het gaat erom snel een indicatie af te geven, de expertise op het gebied van belasting en belastbaarheid in te zetten en passende ondersteuning beschikbaar te maken. Eén aanspreekpunt, net als de werkwijze met scholen, is ook hier belangrijk.
Kennis in de zorg vergroten: “De maatschappelijke opvang en de zorg hebben onvoldoende kennis en vaardigheden op gebied van persoonlijke ontwikkeling en begeleiding bij arbeidsintegratie. Een eerste stap is om de intakers in de opvang beter uit te rusten. Om het loopbaanperspectief in beeld te krijgen is er andere informatie nodig van de jongere, dan zijn acute behandelvragen. We zijn met de Federatie van Opvang in gesprek hoe we daar vooruitgang in kunnen boeken.”
De inzet van regelingen afstemmen op casus niveau. SZW van de gemeente en UWV moeten leren om optimaal gebruik te maken van elkaars mogelijkheden. Dit kan door het belang van de jongeren en hun toekomstperspectief voorop te stellen en meer vanuit de geest van de wetgeving en minder naar de letter te handelen.”
> Zorgaanbieders, UWV en Gemeenten neem initiatief
Deze werkwijze kan navolging vinden in alle grote(re) steden. Het levert jongeren nieuwe kansen op toekomst perspectief als we direct praktisch aan de slag gaan en regionale samenwerking rond individuele jongeren in gang zetten. Branko: ,,Mijn boodschap aan de opvang instellingen is, kom in actie! Met de nieuwe wetgeving WIJ en Wajong in het vooruitzicht, zal ook in jullie zorgaanbod het accent op participatie moeten liggen, anders vervalt het recht op de uitkering van de jongere. De opvang kan de jongeren helpen door bij UWV en Gemeente zijn belangen te vertegenwoordigen. Als de branche organisatie van de opvang de urgentie duidelijk kan maken, zal VWS ondersteuning willen bieden. Ik zou graag zien dat ook UWV zich hard maakt voor deze doelgroep. De good-practise is er.”
22 juni 2009
Marinka Traas