Petra Davits en Petri Bolman van Refrisk zijn verantwoordelijk voor het ATC. Petra is coach/trainer. Ze houdt intakes, begeleidt de jongeren, maakt eindrapportages en onderhoudt werkgeverscontacten. Petri is regiocoördinator Utrecht. Ze voert case-load besprekingen met de jobcoaches, adviseert over de aanpak van trajecten en onderhoudt netwerkcontacten.
> De functie van het Arbeidstrainingscentrum
Het ATC is een voorschakeltraject naar werk. Het is opgezet voor jongeren van 16 tot 27 jaar met een detentieverleden. Veel jongeren komen voorwaardelijk vrij met een maatregel hulp en steun. Ze hebben complexe gedragsproblemen gecombineerd met een beperkter leervermogen en beperkt ontwikkeld zelfbeeld (LVG problematiek). Om de kans op terugval in criminaliteit te verkleinen starten sommige jongeren direct na hun vrijlating met de intake op het ATC. Petri: „School is voor hen niet motiverend en niet meer bereikbaar, dus moet er werkaanbod zijn. De werksetting is tegelijk een middel om hun beroeps-wensen, werknemersvaardigheden en (leer)mogelijkheden in kaart te brengen. Deze analyse is het vertrekpunt voor de jobcoaches bij hun begeleiding op externe werkplekken.”
> Het ATC biedt een aantal werksoorten
In een overzichtelijke bedrijfshal op het industrieterrein zijn verschillende werkhoeken gemaakt. Hier kunnen jongeren onder andere lego sorteren, gordijnrails verpakken, bevestigingspunten van rolgordijnen in elkaar zetten en wenskaarten vouwen. Daarnaast is er houtbewerking, schilderen, techniek en buitenwerk. Via een fietsenbedrijf maken de jongeren oude fietsen weer verkoopbaar.In de hoek van het kantoor wonen twee honden. Deze mogen in de pauzes loslopen. Soms werkt dit om in gesprek te raken, maar ook als afleiding en ontspanning.
Petra: „Het werk krijgen we via ons netwerk van werkgevers. We houden rekening met de interesses van de jongeren. Het ATC maakt bijvoorbeeld attributen voor feesten, van de plaatselijke discotheek. Vaak is dit timmer en schilderwerk. Dit is zeer populair bij de jongens. We hebben ook werk op locatie elders. De jongeren zijn dan met één begeleider extern bij een bedrijf…Op sommige klussen staat geen leverdruk, op andere weer wel. Het ATC werkt tegen een lage kostprijs. De productie is geen bedrijfsdoel, maar een middel.”
> Hoe komen de jongeren bij het ATC?
De meeste aanmeldingen komen via de William Schrikker Groep (WSG) in overleg met de leerplichtambtenaar. Refrisk meldt deze jongeren bij UWV en vraagt een SFB status voor hen aan. Petra: „Alle jongeren hebben vanaf de start een jobcoach. Van te voren verzamelen we zoveel mogelijk informatie bij derden en toetsen dit bij de jongere in het kennismakingsgesprek. Bij dit gesprek is ook de reclasseringsambtenaar aanwezig. Zo krijgen we een eerste indruk van de persoon en zijn werkwensen. Ook de context komt aan de orde: Wat is er gebeurd, waar ging het mis, zijn er schulden, welke therapie vormen volg je nu, met welk doel. We checken schoolverleden en de thuissituatie. Op basis van deze informatie stel ik in overleg met de jobcoach een werkprogramma op en wordt afstemming gezocht met de organisaties om de jongere heen.”
> Het programma
Petri: „De jongeren zijn 20 dagdelen, vier tot zes weken, tenminste één dagdeel per dag op het ATC. Bij voorkeur in de ochtend zodat ze wennen aan het arbeidsritme. Met behulp van de Melba methodiek brengen we de werknemersvaardigheden in kaart. Petra: „We praten met de jongeren, maar laten ze vooral dingen doen. Ze hebben geen beeld van wat werken is. Dat ervaren ze door verschillende dingen te doen. Naast hun werk op het ATC, krijgen ze individuele arbeidsmarkt oriëntatie-opdrachten. Iedere jongere kiest uiteindelijk drie werkrichtingen waarin hij ook een snuffelstage kan lopen. Daarna kiezen ze voor een langere externe stage in de richting van het wensberoep. De stage gebeurt onder begeleiding van de jobcoach. Iedere jongere heeft zijn eigen leerdoelen. Wekelijks bespreken we de voortgang. Alles wordt in een portfolio vastgelegd.”
> Wanneer is de overstap naar betaald werk?
Petri: ,, Die wordt zo snel mogelijk gemaakt. Aansluitend aan hun periode bij het ATC gaan ze aan het werk. Ze moeten niet te lang hier zijn, want dan verlies je ze. Geld en status is heel belangrijk voor deze jongeren en dat biedt alleen een echte baan.”
Petra: „De jongere start met zoeken naar werk tijdens de arbeidsmarktoriëntatie op het ATC. De jobcoaches denken mee en zetten hun netwerk in. De afspraken met de werkgever en de matching gebeuren vanuit het ATC. Zo is de bemiddeling direct gekoppeld aan de activiteiten die jongeren zelf ondernemen en kan de plaatsing beter worden getimed.”
> De resultaten van het project
Vier van de zestien deelnemers werken. Twee van hen hebben recent contractverlengingen gekregen. Een derde jongere werkt vanaf juli 2009 als vuilnisman via het uitzendbureau. De vierde heeft recent, in overleg met Refrisk, zijn halfjaar contract bij een rijwielwinkel niet verlengd omdat de werkgever zijn salarisafspraken niet nakwam. Met hem wordt nieuw passend werk gezocht. Twee andere jongeren hebben inmiddels hun oriëntatieperiode afgerond. Ook met hen wordt actief naar een betaalde baan gezocht. Vijf jongeren bevinden zich op het ATC in de oriëntatiefase. Twee van hen zijn onregelmatig aanwezig, waardoor het traject uitloopt. Eén kandidaat zit nog in de fase van intake. In totaal zijn vier jongeren (tijdelijk) uitgeschreven. Eén is verhuisd naar andere regio. De tweede is uitgeschreven vanwege forse psychiatrische problemen en de laatste wegens niet corrigeerbaar grensoverschrijdend gedrag in de groep en meerdere conflicten bij twee proefplaatsingen bij werkgevers. Van de 16 jongeren zijn er drie tussentijds opgepakt voor een delict. Als ze vrij komen, komen ze weer hier. Jongeren bellen ook zelf uit de gevangenis of ze weer terug mogen komen. Een van hen is inmiddels aan het werk.
> Wat is typerend in de aanpak bij deze jongeren?
Petra: „Deze jongeren vertrouwen niemand. Je moet een beetje vertrouwen winnen, zodat ze regelmatig blijven komen. Dit doen we door belangstelling te tonen, ze individueel aandacht te geven, aan te sluiten bij hun werkwensen en ze serieus te nemen. Als groep zijn ze lastig: Ruzies, haantjes gedrag, profileren om boven de groep te staan. Er werd in het begin bijvoorbeeld wiet gehandeld en ineens liep iedereen met een gouden tand. In een individuele setting zie je dat gedrag niet.”
Petri: „Ze hebben moeite om oorzaak en gevolg te zien, overschatten zichzelf en worden ook door anderen overschat. Hun problematiek is vaak nooit eerder gediagnosticeerd. In de regio Utrecht zijn het veelal allochtone jongeren…We hanteren zeer duidelijke regels. Ze hebben voorwaardelijk en mogen in ruil voor straf hier komen. Als ze te laat binnen komen zonder bericht gaan ze terug naar huis met een gele kaart. De tweede keer is het een rode kaart en een gesprek met de reclassering. Uiteindelijk betekent het een terugmelding en dan moeten ze hun straf uitzitten.”
Petra: „Het valt op hoeveel mensen en organisaties bezig zijn met deze jongeren. Het ontbreekt te vaak aan echte samenwerking, waardoor de continuïteit in de begeleiding ontbreekt. Het opstarten van deze samenwerking is tijdrovend. We hebben te maken met schuldsanering, met de gemeente functionarissen, met hulpverleners en UWV en met de rechter… Soms denk ik: „we zijn meer bezig met de dingen eromheen, dan met ons eigenlijke werk.”
> De samenwerking met de William Schrikker Groep
Petra: „De samenwerking met de WSG verloopt erg prettig en heeft echt een meerwaarde. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het traject van de jongeren. Bij calamiteiten informeren de jobcoaches en de reclasseringswerkers elkaar direct. De jobcoach is op verzoek van de WSG steeds meer bij de rechtszitting aanwezig om het traject toe te lichten. Hierdoor neemt de rechter de afspraken en verplichtingen van de jongere al op in zijn vonnis.”
Petri: „De methodiek voor onze aanpak is in samenwerking met de WSG tot stand gekomen. Nu is er ook op praktisch niveau afstemming over de jongeren en over de interventies. De WSG verzorgt hulp in de thuissituatie, kan therapieën inzetten en verzorgt sociale vaardigheidstrainingen. Als wij zaken signaleren kunnen zij een gericht aanbod inzetten. Bijvoorbeeld via OPL een training ‘werken aan jezelf’ als extra interventie om gedragsproblemen te verminderen. We stemmen dan de leerdoelen af.”
> Wat kan er verbeteren?
Petri: „De samenwerking met de zorg en de scholen kan beter. De jeugdzorg heeft ook veel met jongeren uit deze doelgroep te maken. Vaak hebben deze jongeren geen SFB status. Refrisk kan de verbinding naar UWV te maken en te zorgen dat ze nog voor hun 18de, worden geïndiceerd. Dit is belangrijk omdat ze dan van ondersteunende voorzieningen van UWV gebruik kunnen maken.” Inmiddels zijn er contacten met Bureau Jeugdzorg Utrecht. Zij hebben geen mogelijkheden om de toeleiding naar werk te verzorgen. „Nu medewerkers van Bureau Jeugdzorg onze aanpak kennen, ontstaat er afstemming en samenwerking op klantniveau tussen de jobcoaches en de ambulante begeleiders.”
Petra: „Ook de scholen hebben een belangrijke rol. We krijgen ook aanmeldingen van jongeren met vergelijkbare problemen van ROC do-it. Dit is een praktijkopleiding voor jongeren die nergens meer naar toe kunnen. Na een jaar moeten ze uitstromen en vervolgens meldt de school ze aan bij ons. Het zijn vaak oud VSO cluster 4 leerlingen, waarmee het ROC in dat jaar weinig kan bereiken. Het zou beter zijn als het begeleidingstraject zoals Refrisk dat biedt, direct na het VSO start en de activiteiten van het ROC daarin geïntegreerd worden aangeboden.”
> Hoe kunnen zorgverleners bijdragen?
De zorgorganisaties kunnen de voorwaarden voor succes helpen optimaliseren. Er liggen kansen in hele praktische zaken. Petri: „Het zou helpen als het weekgeld van de jongeren niet op zondagavond, maar op vrijdag uitgekeerd wordt. Zodat ze niet op maandag dronken en stoned in bed blijven liggen…Bij werken op locatie hebben we een busje dat met een groep kluswerkzaamheden uitvoert. Het busje rijdt vaak leeg weg omdat de jongeren niet op tijd uit bed zijn. De instelling waar ze verblijven geeft aan dat ze geen mogelijkheden heeft om de jongeren op tijd te wekken, omdat men in verband met het recht op privacy de kamers niet op mag.”
> De financiering van de dienstverlening
Petri: „Tot juli 2009 hadden we projectsubsidie van UWV en was het budget per deelnemer 10.000 euro. Refrisk biedt daarvoor de oriëntatie en trainingsperiode in het ATC, de individuele toeleiding en plaatsing in een betaalde baan en een 2 jarig vangnet. Als het misgaat bij de werkgever, kan de jongere direct terug naar het ATC en krijgt hij een nieuwe kans. Voor de jobcoaching op de werkplek zetten we de regeling Persoonlijke Ondersteuning in via UWV. Jongeren die nu worden aangemeld, hebben een standaard IRO. Dit is onvoldoende om deze jongeren duurzaam aan het werk te krijgen. We proberen daarom met UWV afspraken te maken over een verhoogde IRO voor deze doelgroep. Ook bieden we het traject ‘kansrijk integreren’ aan bij Gemeenten. Zij hebben veel jongeren met vergelijkbare problematiek in hun bestanden.” Ter vergelijking, één jaar jeugddetentie kost de samenleving 250.000 euro per persoon.
> Toekomstplannen
Refrisk wil de aanpak ‘kansrijk integreren’ doorontwikkelen en de regionale samenwerking voor deze doelgroep versterken. Petri: „Nu zoeken we voor iedere aanmelding een financier. Het zou goed zijn als duidelijk is hoe de financiering van de arbeidstoeleiding van deze jongeren wordt gefinancierd. Zonder intensieve duurzame begeleiding hebben deze jongeren geen kans op arbeidsparticipatie. Petra: „Het is een zeer kwetsbare groep. Op lange termijn weet je het nooit, maar als samenleving heb je geen keus. Je moet in deze jongeren blijven geloven en echt in ze investeren. Zo vroeg mogelijk.”
Marinka Traas 25 september 2009
Foto's van Ralf van Kouwen